Equi -Vita - logo

Equi -Vita

Education, Osteopathy and Rehabilitation 

Equi -Vita - logo

Biomechanica: train je oog!

29 mei 2018

Een correcte biomechanica, wat is dat eigenlijk? De mechanica is het onderdeel van de natuurkunde dat zich bezighoudt met evenwicht en beweging van voorwerpen onder invloed van de krachten die erop werken. Bij voorkeur zouden we dus bewegende beelden beoordelen. Maar omdat dat wel erg snel voorbij gaat, het natuurlijk prima om eerst stilstaande beelden te bespreken, ermee rekening houdende dat het een momentopname is en dus onderdeel van een groter geheel.

Het dragen van de rug

Lang is er gedacht dat er een spanboog mechanisme zou zijn in het paard;  als de buikspieren samentrekken zou de rug boller worden. Hoewel dat qua spierligging waar zou kunnen zijn, is de functie van de buikspieren in eerste instantie het ondersteunen van de organen en de ademhaling. Om de ruiter te dragen heeft het paard de kortere spieren nodig, die dichter bij het skelet liggen. De zogenoemde skeletspieren ofwel houdingsspieren.

Het paard heeft deze skeletspieren aan de bóvenkant van zijn ruggengraat nodig om de ruiter te kunnen dragen. Deze lopen vanaf de zijkant van de wervels naar de bovenkant van de wervels en/of naar het supraspinale ligament.

Afb.1 Een van de lange rugspieren; De Multifidus

Bron: ABC of the Horse

Maar, zul je zeggen; als deze spieren samentrekken, dan zal het paard zijn rug toch hol trekken? En daar heb je helemaal gelijk in!

Daarom is het belangrijk dat we aan de uiteindes een contragewicht creëren. Want als dit contra-gewicht zijn werk doet, dan keert de werking van de lange rugspieren om; ze zullen in plaats van de rug hol trekken (zonder contragewicht) de rug optillen en daarmee de ruiter gaan dragen!

We hebben zowel aan de voor- als aan de achterzijde een contragewicht; namelijk de hals en de achterhand. En hier komt de graad van africhting om de hoek kijken.

 

Het jonge paard

Een jong paard heeft nog weinig rug- en achterhand-bespiering opgebouwd en werkt nog vooral vanuit stuwkracht ipv draagkracht. Het is dus nog moeilijk voor het jonge paard om zijn volledige gewicht met de achterhand te dragen. Het is tevens moeilijk om de rugspieren al langdurig aan te spreken om zijn eigen gewicht én dat van de ruiter te dragen. We moeten dus op zoek naar een redelijk passieve manier voor het dragen van de ruiter en een manier waarbij de achterhand nog niet in volle kracht moet verzamelen. Onze enige optie voor contragewicht is dus de halsinstelling! Doordat het paard zijn hals laat vallen in voorwaarts neerwaartse richting ondersteunen het nuchale en supraspinale ligament het dragen van de rug.

Afb. 2 Het supraspinale en nuchale ligament

Bron: Van ruiter… naar trainer!

Wat we willen is dat het paard zijn hals als het ware laat vallen. Je voelt dat het paard de verbinding naar je hand zoekt in een voorwaarts neerwaartse richting, zónder daarbij sterk of stug aan te voelen. De verbinding is aanwezig, maar leeft, is licht en is stabiel.                 

 

Voorwaarts Neerwaarts

Afb.3a Voorwaarts neerwaarts

Bron: Van ruiter… naar trainer!

Afbeelding 3 geeft een mooi voorwaarts neerwaarts beeld. De ruiter zit een tikkeltje voorover maar wel fijn ontspannen. Er loopt een parabool door het hele lichaam met het hoogste punt mooi in het midden van het paard; de rug van het paard wordt op een passieve manier gedragen en het paard is in balans. Komt het hoogste punt verder naar voren te liggen dan is het paard teveel op de voorhand. Één van de redenen daarvoor kan zijn dat de hals te laag ingesteld wordt. In bovenstaand plaatje zijn de diagonalen van het naar voren grijpende boven-voorbeen en onder-achterbeen zijn gelijk. De lendenpartij bolt op. De staart wordt ontspannen gedragen passend bij de parabool. Het achterbeen grijpt voorbij de knie.

Afb. 3b Voorwaarts neerwaarts; het krachtenspel

Bron: Van ruiter… naar trainer!

 

Rollkur

Afb. 4a Rollkur

Bron: Van ruiter… naar trainer!

Afbeelding 4a laat veel krachtvertoon zien vanuit de ruiter. Deze helt naar achteren, trekt de armen en schouders op en naar zich toe en heeft overstrekte benen. De lendenen van het paard zijn hol in plaats van bol wat te zien is aan het deukje achter het zadel. Het bekken is verkeerd om gekanteld (o.a. te zien aan de holle lendenen en de omhoog stekende staart), waardoor het achterbeen niet ver naar voren kan grijpen en korte passen ontstaan. De diagonalen van voor- en achterbeen zijn nog redelijk kloppend, maar het paard maakt erg korte passen. Het geheel oogt geforceerd en oncomfortabel.

De hals is erg rond gevraagd, de neus is ver achter de loodlijn. Het hoogste punt van de hals ligt niet bij de aanhechting hoofd/hals maar bij de 2e en 3e halswervel. De hals oogt erg kort in verhouding tot het middenstuk. Doordat de hals opgerold en ingekort wordt, wordt de overgang van de hals naar de romp (CTO Cervico Thoracale Overgang) omlaag gedrukt.

Afb. 4b Invloed van het inkorten van de hals op de overgang hals/romp

 

Bron: Van ruiter… naar trainer!

Het moge duidelijk zijn dat het paard in deze houding onmogelijk zijn rug kan dragen. Het supraspinale ligament is een peesachtig weefsel met maar zeer weinig rek. Doordat de hals zo ver opgerold wordt, wordt er van het ligament zoveel lengte verwacht aan de voorkant, dat er geen lengte meer over is om de achterhand onder te laten treden. Sterker nog; Het bekken wordt door het ligament omhoog en naar voren getrokken. Een zeer ongewenste situatie die erg schadelijk kan zijn voor het paard.

Afb. 4c Rollkur; het krachtenspel

Bron: Van ruiter… naar trainer!

 

Absolute oprichting

Afb. 5 Absolute oprichting

Bron: Van ruiter… naar trainer!

Afbeelding 5a lijkt op het eerste gezicht indrukwekkend maar niet helemaal comfortabel. De 1e halswervel is het hoogste punt, de neus van het paard is eruit. Echter aan het grote verschil in diagonaal van voor en achterbeen en de holle lendenpartij is te zien dat het om valse oprichting gaat. Het paard is met de hand omhoog geforceerd, heeft daardoor zijn middenstuk laten zakken en kan daardoor zijn voorbeen hoger optillen dan past bij de biomechanica van correct ruggebruik. Het bekken kantelt verkeerd om doordat de rug hol is, het achterbeen kan minder ver naar voren gebracht worden. Je focussen op 1e halswervel als hoogste punt is dus heel gevaarlijk want deze fout wordt vaak gemaakt zowel in de moderne als in de klassieke en academische dressuur!!!

Wat hier gebeurd is het volgende. Doordat het paard handmatig opgericht wordt (hetzij wel hetzij niet met een losse teugel) zoekt het paard niet meer voorwaarts neerwaarts vanuit zijn hals maar opwaarts. Hierdoor verlies je dus het oh zo belangrijke contragewicht aan de voorkant. De spanning op het ligament wordt dus weggenomen. Als de rugspieren nu in werking treden trekken ze de rug van het paard hol in plaats van bol. Een ongewenste situatie die wederom het paard kan schaden!

Afb. 5b Het krachtenspel; absolute oprichting

Bron: Van ruiter… naar trainer!

 

Verbinding

Hoe weet je nu zeker dat het paard zijn rugspieren niet op de verkeerde manier gebruikt? De verbinding die jij als ruiter dan in je teugels voelt is in opwaartse richting. Tevens heb je vaak het gevoel dat je achterwaarts en neerwaarts of juist opwaarts in moet werken met je hand om je paard in positie te houden. Met lichtrijden val je terug in je zadel. Het tempo is te laag, de beweging in de benen en rug is meer neerwaarts dan opwaarts en instabiel. Deze positie en dit gevoel zijn dus ongewenst.

In onze training gaat we het paard steeds meer vragen om in balans te gaan bewegen. Het zwaartepunt ligt bij een jong paard vrij ver naar voren, maar zal bij een steeds verder opgeleid paard verder naar achteren komen te liggen als het paard meer en meer leert om zijn achterhand onder te brengen.

Afb. 6 Het verschil in balans naarmate de training vordert

   

Ondanks dat het hier een licht overbouwd paard betreft, is het verplaatsen van de balans naar achteren goed zichtbaar. In plaats van dat zowel het paardenlichaam als het ruiterlichaam naar voren hellen zoals in het eerste plaatje, gaan beiden op het tweede plaatje in balans en treedt het achterbeen duidelijk verder naar voren onder. Het dipje achter het zadel wordt steeds minder.

 

Relatieve oprichting

Afb. 7a Relatieve oprichting

Bron: Van ruiter… naar trainer!

In afbeelding 7a zien we een paard in relatieve oprichting. Hier is heel mooi de opwaartse parabool door het paardenlichaam te zien. De lendenen van het paard zijn licht opgebold, de staart hangt ontspannen af, het hoogste punt van de hals lijkt iets te ver naar achteren te liggen maar is vertekend door de kap van het barokke paard. Het paard zoekt mooi voorwaarts neerwaarts naar de hand, waarbij de teugels in het verlengde van de onderarm zijn en de bit-inwerking dus minimaal is. De diagonalen van voor- en achterbeen kloppen, de passen zijn mooi ruim. De ruiter zit mooi rechtop in balans en rijdt met een gevende hand. Het hele paardenlichaam is in harmonie en verbinding licht opgericht en uitgebalanceerd.

Afb. 7b Relatieve oprichting; Het krachtenspel

Bron: Van ruiter… naar trainer!

Wat voor het verkrijgen van een relatieve oprichting super belangrijk is, is dat het paard ten alle tijden voorwaarts neerwaarts zoekt. Zie het als een ketting die met de nodige kronkels op de vloer ligt. Wil je deze kronkels (scheefheden) eruit halen, dan kun je twee dingen doen. Je kunt de kronkels stuk voor stuk eruit halen, maar je gaat het touwtje nooit recht krijgen, of je trekt het touwtje naar voren, naar achteren of aan twee zijdes naar buiten, waardoor het touwtje zichzelf recht trekt.

Je kunt dus wel oefeningen doen om je paard recht te richten, of om meer gewicht op de achterhand te brengen (de kronkels er stuk voor stuk uithalen), maar hoeveel waarde hebben deze als het paard niet voorwaarts neerwaarts denkt?

 

Wat is nu de optimale training?

Het is ontzettend belangrijk om het paard zélf zijn lichaam te laten organiseren. Het heeft geen zin om hem vast te houden of juist helemaal los te laten, om hem het hele scala aan oefeningen te leren of ten alle tijden het stukje achter de oren als hoogste punt te houden, of om volledig te focussen op het onderbrengen van het achterbeen, als het simpele concept van voorwaarts neerwaarts, rechtuit en ontspannen in verbinding niet is bevestigd. Je bent dan bezig om kinkels uit de kabel te halen, maar zult nooit onvoorwaardelijke verbinding en connectie verkrijgen.

Afb.8 Afwisseling tussen lang en laag en opwaarts, overal voorwaarts neerwaarts!

   

Voorwaarts neerwaarts is dus het advies. Op welke hoogte? Je paard laat je dit voelen in zijn aanleuning en in zijn beweging, een goede instructeur ziet het ook. Dat wilt niet zeggen dat je niet mag variëren. Nee juist graag! Maar zoek bij iedere instelling weer de juiste basisvoorwaarden, enkele daarvan zijn;

  • Rugspieren die afwisselend aan- en ontspannen
  • Een beweging die even ver van de grond af gaat als dat het paard omlaag beweegt
  • Een paard dat voorwaarts neerwaarts continu heel zachtjes gelijke verbinding blijft vragen
  • Een halsspier die tot aan de schouder opbolt
  • Passen die afgemaakt worden
  • Ruimte in de gangen met kloppende diagonalen
  • Een gedragen rug
  • Lichtrijden dat je gemakkelijk afgaat
  • Verbinding die gelijk is op 2 teugels
  • Gelijke lift onder beide zitbeenknobbels

 

Ride the wave!

Als alles correct gaat, voelt dat waanzinnig. Alsof je op een golf zit die je optilt en naar voren draagt. Krachtig, vloeiend, stromend, licht en in balans. Hoe je daar komt wordt bepaald door verschillende factoren, niveau van africhting, bouw van het paard, manier van bewegen, inwerking van de ruiter, trainingsdoel etc. Een goede instructeur kan individueel bepalen waar je begint en wat belangrijk is voor deze specifieke combinatie van factoren.

Wil je weten hoe je dat kunt voelen? En hoe je van daaruit weer verder kunt trainen? Naast een goede instructeur kan het boek ‘Van ruiter… naar trainer!’ je daar nog heel veel meer over vertellen!

Tekst: Leandra Theunissen ‘Van ruiter… naar trainer!’

Tekeningen: Belinda Francken-Becks ©

Het belang van een mobiel kaakgewricht

27 februari 2018

Omdat ik als osteopaat in de praktijk nogal wat kaakblokkades tegenkom, en deze blokkades vaak een enorme impact hebben op het paard, wilde ik er graag dieper op ingaan. Een kaak die normaal kan bewegen is van vitaal belang voor het paard om zijn eten juist te kauwen en voor de ruiter om het paard correct nageeflijk te kunnen rijden. Ondanks dat de kaak maar een klein gewricht lijkt, heeft het een mega grote impact op zowel de vertering als de biomechanica van het paard. Als osteopaat kan ik deze blokkades vaak verhelpen.

Het kaakgewricht (Temporo Mandibulair Gewricht = TMG) is de koppeling van de onderkaak (mandibula) aan de bovenkaak via de temporale schedelplaat. Uit de temporale schedelplaat komt het oor van het paard. Iedereen die wel eens middenoorontsteking gehad heeft weet hoe vervelend het is als er druk komt aan de binnenkant van je oor. Je voelt je zwaar ellendig, je oor doet enorm veel pijn en je kampt niet zelden met problemen als duizeligheid en gebrekkige coördinatie. Dit komt omdat er heel veel belangrijke zenuwen voor je hoofd en tevens je evenwichtsorgaan in je middenoor liggen. En precies daaraan vast zit de kaak!

Het paard kan zijn mond alleen openen door zijn onderkaak te laten zakken, naar voren en naar opzij. Op het moment van sluiten gaat de onderkaak omhoog, naar achteren en naar binnen. Deze beweging kan door verschillende redenen belemmerd worden. Eigenlijk zijn er grofweg 4 redenen aan te geven;

  • Problemen elders in het lichaam waardoor het paard gaat compenseren
  • Een klap/trauma gehad op de kaak
  • Een tandarts die door verkeerd veilen een disbalans in het kaakgewricht creëert en/of deze disbalans niet oplost
  • Een te sterke ruiterhand, te strak aangesnoerde neusriem

Hoe dat in zijn werk gaat? Dat volgt binnenkort!

 

 

Wat is waarheid?

26 september 2017

‘Waardeer hen die de waarheid zoeken, wantrouw hen die hem denken in pacht te hebben…’

Wij paardenmensen hebben allemaal het beste voor met ons paard, we maken vele afwegingen in onze keuzes voor voeding, training en harnachement. Deze keuzes gaan niet over 1 nacht ijs. En als we dan een keuze gemaakt hebben, dan staan we daar ook volledig achter.

Je wilt niet meedoen aan het rijden met veel druk. Je distantieert je dus van de wedstrijdsport (want die wedstrijdruiters doen dat allemaal) en je gaat op zoek naar lichtheid. Een paard wat licht is van voren, dat is wat je wilt. Zolang je niets in je hand hebt, betekend dat automatisch dat je paard zichzelf draagt, blij is en correct getraind. Toch?

Of je wilt je graag meten met anderen, en dat wat het meest spectaculair oogt is het indrukwekkendste, dus dat ga jij ook doen, want dan kom je wellicht op nummer 1. Ja toch?

Als ik het zo simpel stel, denken de meesten ‘nee natuurlijk niet!’ Maar helaas is dat vaak wel wat er gebeurd in ons paardenwereldje. Grijs bestaat niet. Zwart wit moet het zijn. Wij vs Zij. Extremisme, daar zijn wij paardenmensen best goed in.

En ik snap het hoor! Het is lekker simpel. Voldoen aan 1 criterium, piece of cake! Bij voorkeur leggen we de verantwoordelijkheid ook nog elders, bij ons harnachement, onze voeding, onze stroming. Lekker veilig.

We worden spoon-fed (met de paplepel gevoerd), en hoeven niet meer zoveel na te denken. We leggen onze verantwoordelijkheid overal, behalve daar waar hij hoort te liggen; bij onze eigen kennis en onze eigen vaardigheden. En daar wordt marketingtechnisch flink gebruik van gemaakt.

Ben jij tegen de enorme druk? Ik bied lichtheid aan! Helaas voor de kritische kijker wel totaal zonder ruggebruik, afdruk en mentaal afgestompt.

Bij jij tegen LDR? Die neus moet eruit! Met of zonder ruggebruik, die neus moet eruit!

Wil jij spectaculaire gangen? Ik kan je dat geven! Helaas wel met overspannen paarden zonder rug en achterbeen gebruik.

Maar dat maakt niet uit, want aan jouw prioriteit is voldaan! Toch?

Helaas, de weg naar correct rijden is niet simpel. Blijf nadenken, volg niet klakkeloos wat een ander je voorspiegelt en school je ogen, je gevoel, je fysieke fitheid. Kun jij beweging lezen? Kun jij bespiering beoordelen? Kun jij mentale toestand beoordelen? Vind een instructeur die je kan ondersteunen met een gedegen opleiding in biomechanica en die zich niet vastbijt in een bepaalde stroming. Zwart wit bestaat niet. Zeker niet eenvoudig, maar wel zo verantwoord!

Liefs, Leandra

Singeldwang

11 mei 2017

Singeldwang, het komt regelmatig voor. Het varieert van happen met aansingelen tot heftige bokpartijen tot zelfs gaan liggen aan toe. Vaak heeft singeldwang een fysieke oorzaak, maar welke?

Escondido op de foto maakte ook fikse spanning en soms zelfs bokpartijen bij het aansingelen. Hij bleek vast te zitten in zijn hele schoftgebied, de ribben en ook in zijn voorbeen had hij aardig wat blokkades ten gevolge van andere problemen.

Het is belangrijk om de oorzaak van deze blokkades te achterhalen, en ze kunnen legio zijn! Als osteopaat ben ik hierin getraind. Je singel loopt over een aantal ribben, met opstappen trek je vaak aan een kort gebiedje wervels en ribben. Als deze blokkeren kunnen ze scherpe zenuwpijn veroorzaken. Mensen die ooit gekneusde ribben hebben gehad kunnen dat beamen! De lever en de maag kunnen als ze al geïrriteerd  zijn (wat ook weer een reden heeft) bij het aansingelen voor heftige reacties zorgen, een borstbeen wat onder spanning staat kan heftige neurologische reflexen veroorzaken, hormonaal kan er vanalles meespelen waardoor de rug en halsbasis onder ernstige spanning komen te staan…

Zodra we de oorzaak kunnen vinden, kunnen we deze oorzaak ook weg nemen. Want je kunt wel ribben en wervels los maken, maar als je de oorzaak niet verhelpt zit het binnenkort weer vast! Als osteopaat ben ik erin getraind de daadwerkelijke oorzaak te achterhalen.Vaak volstaan 1 of 2 behandelingen, maar soms is het ook belangrijk dat er andere zaken aangepast worden.

In het geval van Escondido was dat naast wat congestie op de lever, ook gedrag. Escondido is een pienter paardje, en hij anticipeert snel op zaken waarvan hij denkt dat ze gaan gebeuren door zich te spannen. Bij hem moet dus ook zijn gedrag wat omgebogen worden. Gelukkig is hij bij Danielle Meyboom (Amable) in goede handen. De eerste stappen zijn weer heel wat gemoedelijker gemaakt!

Blog: Osteopathie, wat is dat nu eigenlijk?

20 november 2014

Wat doet die osteopaat nu eigenlijk? Ondanks dat het steeds normaler is om je paard regelmatig te laten checken door een osteopaat, blijft dit voor veel mensen  een vaag gebied. In deze blog wil ik graag wat meer uitleg geven over de achtergronden van osteopathie. Want hoe weet die osteo waar hij moet zijn? En wat voor effect heeft dit op het lichaam? En wat bedoelt die osteopaat als hij zegt ‘je paard heeft last van zijn lever’?

Als osteopaat werken we op 3 niveau’s;

1) Het pariëtale systeem (botten, gewrichten, spieren),

2) Het viscerale systeem (de organen)

3) Het cranio-sacrale systeem (de schedel, het heiligbeen en alle verbindingen daartussen zoals het hersenvlies)

In deze 3 niveau’s gaan we op zoek naar bewegingsblokkades, en mobiliseren deze weer. Normaal gesproken lopen we als osteopaat éérst de hele wervelkolom langs, op zoek naar blokkades. Deze blokkades vertellen ons veel over wat er aan de hand is in het lichaam, en waar we moeten gaan zoeken. Maar hoe kan dat?

Zoals iedereen wel weet lopen alle zenuwimpulsen van de spieren, organen, haartjes etc naar de hersenen en terug via de ruggenwervels. In deze ruggenwervels is dus een zeker communicatie-centrum voor zenuwimpulsen. Er wordt daar bepaald waar een bepaalde impuls naartoe gaat. Sommigen zullen naar de hersenen gaan, bv als je blaas vol raakt, dan stuurt je blaas een signaal naar je ruggenwervels, en die weer naar je hersenen voor bewustwording dat je naar het toilet moet. Die sturen weer je benen aan om je richting het toilet te bewegen.

Deze impulsen kunnen ook de hersenen overslaan. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de peristaltische bewegingen van de darm. Die worden door het lichaam via de ruggenwervels terug gecommuniceerd naar de darmen en stimuleren of verminderen contracties. We hebben daar geen bewuste invloed op.

Op het moment dat er iets ‘mis’ gaat in een orgaan of spier, is het belangrijk dat het lichaam dit ook doorgeeft. Je hebt bijvoorbeeld de spier van je kuit verrekt. Je lichaam registreert dat, en zal de spier proberen te beschermen. De spier zelf, en zijn omgeving worden extra alert gemaakt, en zullen die actie ondernemen die zorgt dat de spier ontzien wordt. Pijn is er eentje van, verstijving ook, maar ook omliggende spieren zullen proberen de beweging op te vangen die de geblesseerde spier zou moeten maken.

Maar waar wordt dit geregeld? Daar komt de Sympatische Basis Activiteit om de hoek kijken. De SBA is de activiteit van de zenuwen in het ruggenmerg, en is het communicatiecentrum in de ruggenwervels. Hier is altijd een bepaalde basis activiteit van electrische prikkels. Komt er echter een extreme prikkel binnen, zoals wanneer je geblesseerd raakt, wordt er ook in het ruggenmerg alarm geslagen door de SBA te verhogen. Deze verhoging zorgt er tevens voor dat de wervel geïmmobiliseerd wordt.

Dit gebeurd niet alleen bij spierbeschadigingen, maar ook als organen of klieren het zwaar krijgen. Organen en klieren bestaan namelijk ook uit allerlei kleine spiertjes. Het principe is dus precies hetzelfde! Naast dat de wervel geblokkeerd wordt, stuurt deze wervel niet alleen de beschadigde spier aan, maar ook allerlei andere spieren, bloedvaten, organen, haartjes, zweetklieren etc. Ook zij ondervinden hiervan de gevolgen. Denk maar eens aan het krom staan van iemand die maagpijn heeft, of het fronsen van iemand die hoofdpijn heeft. Dat is precies dit principe!

En laat het nu zo zijn dat in combinatie met meerdere symptomen die je vanuit de neurologie leert te verklaren, de verdeling van de organen over de ruggenwervels best aardig te traceren is, en te koppelen aan elkaar zodat je oorzaak en gevolg kunt identificeren. Dat laatste stukje is een vak apart, en zal ik jullie niet mee lastig vallen, daar gaat heel wat opleiding aan vooraf, maar maakt wel dat je als osteopaat echt aan de kérn van het probleem kunt werken, en niet alleen het symptoom ervan wegmoffelt zoals zo vaak gebeurd.

Dus wat wilt het nu zeggen dat je osteopaat opmerkt dat je paard wat last heeft van zijn lever? Vooral dat daar een verstijving zit, een bewegingsbeperking. Deze beperking is per direct niet pathologisch (ziekmakend), maar zorgt wel dat de lever veel moeilijker zijn functie uit kan voeren. Want een verstijfde lever zorgt dat er minder bloed doorheen kan, dat er minder bloed gezuiverd kan worden, dat er minder bouwstoffen opgeslagen of vrijgelaten kunnen worden, dat er minder vetten verteerd kunnen worden etc etc. Per direct wordt je paard dus niet ziek van een bewegingsblokkade op zijn lever omdat hij nog compensatiemogelijkheden heeft, maar op termijn gaat deze zeker impact hebben op het paardenlichaam en zijn gezondheid, hij vervult nogal wat belangrijke functies!

Dit is ook waarom we als osteopaat graag preventief werken, dat wil zeggen met regelmatige controles, en niet pas als het paard ernstig ziek is. Zeker kunnen we ook dan ondersteunen in het herstelproces (en dan zeker in samenwerking met een dierenarts), maar we kunnen zoveel eerder al problemen herkennen en voorkomen, door het hele lichaam mobiel te houden, en in een vroegtijdig stadium dus al problemen voorkomen!

In het volgende blog meer informatie over de behandeling!

Leandra Theunissen

Voorwaarts neerwaarts, niet voor barokke paarden!?

16 juli 2014

Onlangs zag ik een artikel voorbij komen; barokke paarden zouden niet voorwaarts neerwaarts gereden hoeven worden, omdat ze van nature al oprichting hebben. Dat hebben ze zeker, maar dat wit niet zeggen dat ze niet voorwaarts neerwaarts gereden hoeven te worden!

Voorwaarts neerwaarts, wat wil dat eigenlijk zeggen? Veel mensen denken al snel aan een lage hoofd-hals houding. Dat is inderdaad één van de onderdelen, maar kan op veel verschillende manieren uitgevoerd worden.

Wat belangrijk is voor een goede voorwaarts neerwaarts, is dat de rug en schoft blijven opbollen.

Doet hij dit niet, dan valt hij inderdaad op de voorhand. Doe je het goed, dan voel je dat als ruiter ook, het is alsof je paard je een klein beetje optilt, en hij hierdoor meer ruimte krijgt in het voorbeen.

Tegelijk voel je dat de beweging meer veer krijgt. Doordat je paard zijn hals ontspannen laat vallen, krijgen de spieren in de bovenlijn lengte door de ontspanning, waardoor je paard zijn bekken onder het lichaam kan kantelen, en kan blijven dragen van achteren. Je voelt een kleine slowmotion gebeuren, terwijl je paard evengoed drang naar voren houdt, maar deze voor een deel omzet in verticale energie.

Júist die paarden die voorwaarts neerwaarts gereden worden, en die tegelijkertijd verzocht worden om meer te gaan dragen, zijn de paarden die het beste ontwikkelen. De ontspannen bovenlijn geeft het bekken ruimte om onder het lichaam te kantelen, waardoor de spieren die écht ontworpen zijn om de ruiter en het paard te dragen actief kunnen worden!

Meer informatie daarover volgt in het volgende blog, dus check m af en toe eens 😉

Groetjes, Leandra